Categorie archieven: Gedichten

Evening News

Reizend op steamers en met karavanen zag ik hem al vaker staan. Het onheil dat hij bij zich draagt, verschilt niet veel van stad tot stad. Ik herken zijn oogopslag. En zijn stem is steeds dezelfde. Zoals hij daar staat,

Evening News

Reizend op steamers en met karavanen zag ik hem al vaker staan. Het onheil dat hij bij zich draagt, verschilt niet veel van stad tot stad. Ik herken zijn oogopslag. En zijn stem is steeds dezelfde. Zoals hij daar staat,

De vier seizoenen

De winter is een kraai, de zomer is het koren, de lente is het gras, dan wordt de herfst geboren.

De vier seizoenen

De winter is een kraai, de zomer is het koren, de lente is het gras, dan wordt de herfst geboren.

Bruegel: De val van Icarus

Het schip bereikte voor de avond de sprookjesstad. Alle schapen werden naar hun kooi gedreven. De herder zag die nacht zijn hond hoog om een kudde wolken zweven. De boer, hij zakte in de grond. Een paardenkop stak als een

Bruegel: De val van Icarus

Het schip bereikte voor de avond de sprookjesstad. Alle schapen werden naar hun kooi gedreven. De herder zag die nacht zijn hond hoog om een kudde wolken zweven. De boer, hij zakte in de grond. Een paardenkop stak als een

Halverwege

Geen hunebed van zware woorden, maar de vogels die ik hoorde, wanneer vroeg verscheen uit laat, vroeger, in de Van Eeghenstraat. Geen kalverliefde, zwanentrouw met de duur van schuld en berouw gewerd ons in de loop der tijd als bron

Halverwege

Geen hunebed van zware woorden, maar de vogels die ik hoorde, wanneer vroeg verscheen uit laat, vroeger, in de Van Eeghenstraat. Geen kalverliefde, zwanentrouw met de duur van schuld en berouw gewerd ons in de loop der tijd als bron

Zelfportret als Lombardijns harnas

I We zaten levend bij elkaar en zongen van de mosselman, de man uit Scheveningen. Het oude liedje: ik werd bang en ging steeds luider zingen. Reusachtig stond mijn moeder daar. Ze droeg een grote zwarte pan, zoals aan een

Zelfportret als Lombardijns harnas

I We zaten levend bij elkaar en zongen van de mosselman, de man uit Scheveningen. Het oude liedje: ik werd bang en ging steeds luider zingen. Reusachtig stond mijn moeder daar. Ze droeg een grote zwarte pan, zoals aan een

Olé Guapa

Als Maria danst, dan verbazen zich de astronomen en glimlachen kosmonauten op de monitoren van Houston Control. Dan schikken welgemoed zich de planeten in nieuwe banen. Dan dansen zon en maan als ballroomkampioenen. Dan vallen de sterren laconiek als regen.

Olé Guapa

Als Maria danst, dan verbazen zich de astronomen en glimlachen kosmonauten op de monitoren van Houston Control. Dan schikken welgemoed zich de planeten in nieuwe banen. Dan dansen zon en maan als ballroomkampioenen. Dan vallen de sterren laconiek als regen.

The Hare is My Hatter

Hé jij daar! Handelsreiziger zonder hoed! Denk niet dat je een dichter bent! Denk jij dat niet! Je bent op zoek in Lissabon en spiegelt je in ruit na ruit. Zo sta je tussen porselein als ik je zie. Op

The Hare is My Hatter

Hé jij daar! Handelsreiziger zonder hoed! Denk niet dat je een dichter bent! Denk jij dat niet! Je bent op zoek in Lissabon en spiegelt je in ruit na ruit. Zo sta je tussen porselein als ik je zie. Op

Palazzo Pitti

Een koprol is kinderspel. Achab deed de koppen rollen. Izebel bracht zijn hoofd op hol, de toverkol. Haar kinderspel was wreed, haar hoofdrol schrikwekkend. Lopend over de binnenplaats zie ik haar in het venster staan: Izebel, als een hoer bepleisterd.

Palazzo Pitti

Een koprol is kinderspel. Achab deed de koppen rollen. Izebel bracht zijn hoofd op hol, de toverkol. Haar kinderspel was wreed, haar hoofdrol schrikwekkend. Lopend over de binnenplaats zie ik haar in het venster staan: Izebel, als een hoer bepleisterd.

Een lijster ligt in vrieskou neer

naar Christina G. Rosetti Een lijster ligt in vrieskou neer bij kreupelhout. Hij zingt niet meer. Vlecht voor hem een biezen kist, delf zijn graf in het zachte mos en richt van sneeuw een grafsteen op. * * * Dit

Een lijster ligt in vrieskou neer

naar Christina G. Rosetti Een lijster ligt in vrieskou neer bij kreupelhout. Hij zingt niet meer. Vlecht voor hem een biezen kist, delf zijn graf in het zachte mos en richt van sneeuw een grafsteen op. * * * Dit

Caitwick

We leden schipbreuk toentertijd. De dagen op het stoompaleis schenen met grote stelligheid voorbij. De sloep waarin we, wit als krijt, belandden, faalde riem en zeil. Maar ons rantsoen gaf kort respijt. Vrouw en kinderen, allen kwijt en alles kwijt,

Caitwick

We leden schipbreuk toentertijd. De dagen op het stoompaleis schenen met grote stelligheid voorbij. De sloep waarin we, wit als krijt, belandden, faalde riem en zeil. Maar ons rantsoen gaf kort respijt. Vrouw en kinderen, allen kwijt en alles kwijt,