Palazzo Pitti

Een koprol is kinderspel.
Achab deed de koppen rollen.
Izebel bracht zijn hoofd op hol,
de toverkol. Haar kinderspel
was wreed, haar hoofdrol schrikwekkend.

Lopend over de binnenplaats
zie ik haar in het venster staan:
Izebel, als een hoer bepleisterd.
Uitdagend kijkt ze op me neer
en roept: Is het wel, o Zimri,
ferme slachter van zijn heer?

God bewoog de kamerlingen
die haar uit het venster smeten.
De pruik viel van haar vogelkop,
tegen de muren spatte op
haar bloed, haar kronkelende lijf
werd vertrapt door de paarden.

In een uithoek van het park
deden de honden zich tegoed;
ze scheurden vlees van het karkas
tot van het wijf niets over was
dan haar wanordelijk skelet.

En het woord werd bewaarheid
dat niemand ooit zeggen zou:
Dit is Izebel.

* * *

Als gebouwen vijandig kunnen zijn, dan is het Florentijnse Palazzo Pitti een vijandig gebouw. Dat was althans mijn indruk toen ik de eerste keer voor de gevel stond. Tezamen met de wetenschap dat de Medici het samenspel tussen geld, macht en kunst hebben vervolmaakt, vormde die ervaring de aanleiding om de binnenplaats en de tuin te gebruiken als decor voor een oudtestamentische scène.

<span>%d</span> bloggers liken dit: